Dagritme

Bij het opruimen van een la kwam ik een vermelding tegen van een boek. Jaren bewaard om ooit eens te kopen en te lezen: Leven met de Beminde van Agnes Holvast. Een jonge vrouw die 9 jaar in een besloten klooster heeft geleefd.

Fascinerend! Als kind wou ik absoluut non worden. Het is er nooit van gekomen, maar het verlangen blijkt nog levendig aanwezig. Ik zou mijn naam eer aan hebben gedaan – Agnes Holvast trad in in een Clarisse klooster! in Megen.

Ook nonnen werken 6 uur per dag. Vier uur in de ochtend en twee uur ’s middags. Het verschil met mij en ons is dat het dagritme zo vast en duidelijk is. Juist dat dagritme raakt een snaar bij me. De ochtend is voor mij al jaren ‘in orde’. Ik sta om 6 uur op en besteed tot 7.30 uur de tijd aan schrijven, studie en meditatie. De Clarisse zusters staan om 5 uur op, vriendelijk gewekt door de abdis die met een belletje over de gang loopt. Prompt heb ik de daglichtwekker op 5.45 uur gezet, zodat ik een zachte dageraad me wekt. Maar meestal ben ik al wakker.

Nonnen mediteren twee keer een uur per dag. Verder zijn er nog diensten waarbij teksten worden gelezen en gezongen. Ze werken in stilte. Ook de maaltijden zijn in stilte, tenzij er bezoek is. Er is een recreatietijd voor de middagmeditatie. De schrijfster van het boek had moeite met die recreatie tijd omdat het haar uit de stilte haalde. De oudere nonnen niet, zij waren verzonken in de stilte en konden best een potje kaarten, vals spelen en lachen,  zonder daardoor de innerlijke rust te verlaten.

Mijn verlangen om meer tijd te nemen voor stilte en studie werd diep geraakt. Als ik niet oplet komt er na de ochtend niets meer van een moment van aandacht. Nu ben ik aan het experimenteren met een relatief vast dagritme. Ik probeer voor de lunch en voor het koken tijd te nemen, maar het is geen wet zoals in het klooster. Hier wordt geen klok geluid waarbij ik mijn werk meteen uit handen laat vallen. Maar wie weet, er zijn natuurlijk wekkers genoeg.

Het geeft structuur aan de dag. Kijken hoe ik een kloosterleven kan benaderen, terwijl ik blijf waar ik ben, in mijn relatie en met mijn (klein)kinderen en alle andere contacten? Ik ervaar hoe heerlijk het is om weinig af te spreken en meer met de dag te leven.

In het klooster is er om 20.30 uur een tot de verbeelding sprekende afsluiting van de dag, samen. Heerlijk lijkt me dat. En daarna het zogenaamde silentium tot de volgende morgen. Ik mijd al jaren avondactiviteiten. Logisch als je graag vroeg opstaat en in de avond stil wil zijn.

Hoe is het me jouw dagritme? Voel je ook een snaar geraakt als je leest over de structuur in een klooster? Ga je ook nadenken over een ritme dat bij jou past? Een dragend fundament?